29 april 1941 (dinsdag)

Eergisteren zijn de Duitsers Athene binnengerukt, 23 dagen na den opmarsch in Joegoslavië. Het Engelse leger heeft weer een van zijn „roemrijke terugtochten” volbracht, gedekt door Australiërs, Nieuw-Zeelanders en Grieken; of en waar zij zijn aangekomen is niet bekend: de Duitse bommenwerpers hebben opruiming onder de transportschepen gehouden.

Churchill’s rede heeft zelfs onze 18-karaats-dapperen geen inspiratie meer kunnen geven. Zij wachten op ’t ingrijpen van Amerika: Zuster Anna, ziet gij nog niets komen?

Amerika belooft, praat, bouwt wapenfabrieken, bestrijdt massastakingen, levert mondjesmaat, convoyeert niet, maar patrouilleert op den Atlantic; alles niet genoeg. Het moest meedoen ... maar dat doet het niet.

De Dominions, vooral Australië en Nieuw-Zeeland steken hun verontwaardiging over Engelands trouweloos gedrag op den Balkan niet onder stoelen of banken.

Met onze voedselvoorziening begint het te nijpen. De vleesbon is verlengd en eergisteren is de rantsoenering der aardappels begonnen: 1½ KG p.p. per week, zowat 1/3 van ’t normale gebruik. De melkdistributie is een week aan den gang: ¼ L. p.p. per dag! Buiten de distributie is geen ei meer te krijgen.

Men zegt, dat binnen enkele dagen alle kippen wegens voedselnood geslacht zullen moeten worden. Waar moet dat heen? Dat wordt hongersnood vooral voor de gezinnen met oudere kinderen.

Wij hebben Gerard aangeboden Hennie bij ons te nemen, en haar ’t gymnasium van de nonnen te laten volgen. Stilstand in de studie is verkieslijk boven ’t verlies van gezondheid door ondervoeding.

Vanmiddag heb ik voor 65 textielpunten en f 52.50 een mooie wol-gabardine regenjas gekocht. Dat valt nog mee, aangezien de wol schaars is. Ik kon ook nog 1 KG tabak van den ouden prijs krijgen. (1.25 per half pond); de kwaliteit zal ook nog wel schikken. Zelfs de jenever is gerantsoeneerd op de helft van ’t gebruik van ’t vorig jaar; maar onze leverancier stelde ons gerust en zei, dat ’t voor oude, vaste klanten bij hem zo’n vaart niet zou lopen.

Ad was gisteren bij ons gelogeerd; zij gaf Engeland groot gelijk, dat zij de levensmiddelen van Amerika voor Frankrijk niet doorlieten! Heldhaftige mensen heb je toch, vooral onder hen, die zelf niets te kort komen.

Er wordt gezegd, dat Rusland Duitsland zal binnenvallen, waarbij dan in alle bezette gebieden algemene stakingen geproclameerd zullen worden: dus ’t communisme in optima forma. Daarmee zou Fords voorspelling in vervulling gaan en zouden de Protocollen hun ontzettende afwikkeling krijgen. Gelukkig zijn dit krankzinnige hersenschimmen. Rusland zal wel verstandiger zijn; boosaardig zijn ze, maar niet dom; zij zullen zich niet zelfmoorden. ’t Is alleen verbijsterend, dat er Nederlandse niet–communisten zijn, die een comm. oproer als het geneesmiddel der wereld beschouwen.

27 april 1941 (zondag)

Bij Van Loon Bartje bezocht die reeds 10 weken bedlegerig is en sterk achteruitgaat.
De jonge Leo en Rie waren over. Hij vertelde van den toestand in den Arbeidsdienst.

’t Was daar geen boter tot den boôm. Opleidingscursussen zouden vooreerst niet meer gehouden worden, daar men voor de thans beschikbare arbeidskampen reeds kader te veel had. De bouw schiet niet op. De geest is er gespannen. De N.S.B. doet de meest unfaire pogingen om de leiding in handen te krijgen. Breunese heeft de handen vol om officiële klachten tegen kampcommandanten te ontzenuwen en intriges te ontwarren.

Leo’s commandant te Huizen Van Nijnatten was beschuldigd tegenover de kampmannen Orangistische uitingen te hebben gedaan. Nijnatten, daarvan in kennis gesteld, had verontwaardigd zijn ontslag ingediend. Breunese had dit niet aanvaard en had een rapport geëist. Alle officieren hadden getuigd vóór de loyauteit van hun commandant, op één na, een NSB.-er Verbeek, die verklaarde hem te hebben beschuldigd en deze verklaring gestand te doen.

De mannen van het kamp, verontwaardigd, verzamelden een lange lijst handtekeningen op een verklaring ter decharge van Nijnatten. Zelfs kwamen enige N.S.B-kampmannen, die, onder mededeling, dat zij aan het democratische gedoe der handtekeningen niet mee wensten te doen, niettemin verklaarden, dat de beschuldiging ongegrond was, en zij ondanks alles hun commandant steunden. Nijnatten stond daarmee sterk.

Breunese bracht rapport uit – maar Verbeek is gehandhaafd, daar ’t rapport door hogere NSB.-machten is opgehouden. De leider van den Duitsen arbeidsdienst Hierl is voor een officieel onderzoek uit Duitsland hier geweest. Hij was door verdachtmaking ten sterkste ingenomen tegen Breunese en zijn werk.

Na objectief onderzoek heeft hij Breunese geprezen en is naar Utrecht gegaan om Mussert mede te delen, dat hij den Nederlandsen arbeidsdienst voorbeeldig in orde vond. De heren zijn als vijanden gescheiden.

Leo v Loon vertelde verder, dat de Duitse kamp-adviseur in Huizen van oordeel was, dat de Duitse regering tegenover de NSB zekere verplichtingen had, en hen op verantwoordelijke plaatsen benoemde in de overtuiging, dat zij vanzelf weg zouden zakken. ’t Is een methode, maar een omslachtige!

L. v Loon spreekt verstandig over de politieke toekomst en weerlegde de gewone Nederlandse beschuldiging als zouden in Duitsland de godsdienstige praktijken onderdrukt worden met de verzekering, dat daar rijdende katholieke kapellen zorgden voor den kath. eredienst.

25 april 1941 (vrijdag)

Bij een bombardement van Rotterdam, enige dagen geleden, werd weer een ziekenhuis getroffen. Kr. wist te vertellen, dat hierin op dat ogenblik alleen gezonde Duitsers vertoefden, die daar voor alle veiligheid Hitlers verjaardag vierden.

Hij zegt, dat het alleen iemand als ik, „die de zaak van Duitse zijde bezie” gelukken kan de zaak der Engelsen als hopeloos te zien. Die zaak in Joegoslavië en Griekenland is van geen belang. Churchill heeft immers gezegd dat de Duitsers op ’t vasteland sterker waren. Als men hem dan vraagt, waarom zij, als zij dat zo goed weten, er dan een leger van 250.000 man aan wagen, dan antwoordt hij niets. Als men zegt dat Engeland dan toch met zijn legers en zijn prestige morst en speelt, zegt hij, dat hij „dingen weet, die hij niet zeggen mag, maar waarvan wij ophoren zouden, als wij ze wisten”.

Kiesheidshalve vraagt men dan niet verder en trots glimlachend gaat hij heen. Hij denkt geloof ik, dat de Engelsen een landingspoging in Nederland zullen beginnen! Van Dijk schijnt „De Stenen Spreken” te hebben gelezen en zit nu met de toekomst in zijn zak: wiskunde kan niet liegen!